Archosauria
Fauna

Infraklasse Archosauromorpha
De amnioten worden opgedeeld in drie groepen, de diapsiden, de anapsiden welke de eureptilia vormen en de synapsiden. De dipasiden vertakten zich tijdens het Laat-Perm in twee groepen. De dinosauriërs, krokodillen en vogels vormden zich uit de Archosauromorphen die goed op het land aangepast dieren waren, terwijl de Lepidosauromorphen ("heersende reptielvormen") de voorouders werden van de slangen en hagedissen.
Tot de Archosauromorphen worden de Rhynchosauriërs die stammen uit het Trias, de Prolacertiformen die ontstonden tijdens het Midden-Perm en de Archosauriërs gerekend die hun opwachting maakten tijdens het Laat Perm.
Orde Prolacertiformen
Deze orde verscheen gedurende het Midden-Perm en kwam tot volle bloei gedurende het Trias. Aanvankelijk waren het hagedissen met lange nekken, sommige echter ontwikkelden extreem lange nekken en hadden een smalle schedel en snuit.
Superorde Archosauria
Dit was de spectaculairste groep van de 'heersende reptielen", de Archosauria domineerden het leven tijdens het Mesozoicum op land (dinosauriërs) in de lucht (Pterosauriërs) en in de zee (krokodillen). De Acrhosauria hadden ondanks hun verscheidenheid allemaal een diapside schedel. De vroegste Archosauriërs maakten hun opwachting gedurende het Laat-Perm en stierven uit aan het eind van het Trias ondanks hun korte evolutionaire leven waren zij zeer succesvol. Tijdens het Laat-Trias splitste de groep zich op nadat kortstondige vormen waren ontwikkeld gedurende het Vroeg- en Midden-Trias. De opsplitsing die plaatsvond tijdens het Laat-Trias leidde er toe dat een tak zich ontwikkelde tot krokodillen en een tot dinosauriërs. Archosauriërs die niet tot een van deze beide groepen staan bekend als een paraphyletische groep van verschillende oorsprong waartoe onder andere de Vroeg-Trias morphen als de Proterosuchiden, Euparkeria, de Rauisuchiden, Phytosauriërs en Stagenolepididen.
Familie Proterosuchidae
Deze familie ontstond tijdens het Laat-Perm onder hen bevinden zich in het water levende krokodilachtigen, andere waren volledig op het land aangepast dieren. Aan het eind van het Trias toen zij zich al over de gehele wereld hadden verspreid stierven zij uit.
Familie Rauisuchidae
Dit waren grote op het land levende krokodilachtige Thecodonten met een maximale lengte van zes meter. Hun opkomst en ondergang vond zijn beslag tijdens het Midden-Trias. De achterpoten stonden meer rechtstandig onder het lichaam en de effectieve enkelgewrichten vergrootte de flexibiliteit tijdens de voortbeweging.
Familie Phytosauridae
Deze in het water levende carnivoren zijn alleen bekend van het Laat-Trias, het waren zwaar bepantserde krokodilachtigen die konden uitgroeien tot een lengte van vijf meter. Hun neusgaten zaten boven de ogen, dit in tegenstelling tot de krokodillen bij welke ze op de snuit zitten.
Familie Ornithosuchidae
Deornithosuchiden worden beschouwd als een groep die tussen de viervoetige Thecodonten en de tweevoetige Dinosauriërs in staan. Hoewel zij verschillende eigenschappen delen met beide groepen staan zij in andere opzichten dichter bij de krokodillen en zijn daarom ingedeeld bij de Crurotarsi.
Familie Ornithisuchia ?
Longisquama is een uiterst merkwaardig reptiel dat zich moeilijk binnen een groep laat plaatsen, er is voorgesteld te plaatsen in de groep Ornithisuchia binnen de Dinosauria, maar de uitkomst van het debat is nog onzeker.


