Zoogdierachtige reptielen

PDFAfdrukkenE-mailadres

Fauna

De Pleycosauriërs en de Therapsiden zijn de voorouders van de zoogdieren met wie ze één overeenkomstige eigenschap delen - de synapside schedel. Door de grote slaapvensters achter de ogen konden langere kaakspieren worden ontwikkeld waardoor de kaken verder konden worden geopend en met meer kracht worden dichtgeslagen.

Onderklasse Synapsida

Orde Pelycosauria


De Pelycosauriërs verschenen tijdens het Laat-Carboon en waren de vroegste zoogdierachtige reptielen. Hun ontwikkeling begon niet lang nadat de eerste reptielen het land hadden veroverd. Aanvankelijk waren het kleine dieren maar veel zwaargebouwde vormen maakten al snel hun opwachting. De orde wordt verdeeld in vier families: de Ophiacodontidae vormde de eerste familie waar de andere families binnen deze orde vanaf stammen. De belangrijkste groep die de voorouders van de therpasiden en dus indirect van de zoogdieren voortbrachten werd gevormd door de carnivore Sphenacodonten. Grote planteters verwant aan de Sphenacodonten maar met een afwijkende schedel en gebit zijn geplaatst in de familie Edaphosauriërs. De vierde groep word de Caseïden genoemd en bestond eveneens uit herbivoren, deze vorm was de laatste van de groep Pelycosauriërs die zich ontwikkelde.

Familie Ophiacodontidae

Deze familie uit het Laat-Carboon omvat de eerste en primitiefste van de Pelycosauriërs.

Familie Varanopseidae

Enkele kleine Pelycosauriërs (vermoedelijk carnivoren) die stammen uit het Vroeg-Perm van Noord-Amerika zijn in deze familie geplaatst.



Familie Sphenacodontidae

De grootste groep grotere Pelycosauriërs bestaande uit acht carnivore geslachten waaronder Dimetrodon zijn ondergebracht in deze familie.


Dimetrodon grandis

Familie Edapthosauridae

Een groep "zeilvinnige" Pelycosauriërs voorkomend vanaf het Laat-Carboon tot aan het Midden-Perm, deze groep bezit meerdere aanpassingen voor een herbivoor dieet.

Familie Caseidae


Deze familie vond zijn oorsprong in het Midden-Perm van Noord-Amerika en Europa, naast de herbivore gebitsaanpassingen ontwikkelde deze groep ook een tonvormige ribbenkast die ruimte bood aan de vergrote maag, nodig voor de vertering van planten.


Caseidae-Cotylorhynchus

Orde Therapsida


Deze directe voorouders van de zoogdieren waren hoog ontwikkelde synapside reptielen afstammende van de carnivore Sphenacodonten. De vroegst bekende fossiele resten stammen uit het Laat-Perm maar waren vermoedelijk al tijdens het Vroeg-Perm ontstaan uit de Sphenacodonten. De Therpsiden worden onderverdeeld in verschillende onderklassen waarvan er slechts een, de Cycodonten voortbestond tot in het Jura.

Superorde Dicynodontia


De meeste succesvolle en verbreide groep herbivore zoogdierachtige reptielen die ontstonden gedurende het Laat-Perm en zich wisten te handhaven tot in het Laat-Trias. De Cycodonten, de directe voorouders van de zoogdieren waren de enigst langer bestaande Therapsiden. De hoog ontwikkelde schedel en kaken vormde de basis voor het succes van de Dicynodontia.



Suborde Therocephalia

Hoogontwikkelde zoogdierachtige reptielen die zijn gevonden van het Laat-Perm tot het Midden Trias van Europa en Afrika en Oost-Azië.

Suborde Cynodontia

Deze groep vormde de meest succesvolle groep binnen de therapsiden. De Cynodonten ("hondentanden") bestonden het langst van alle Therapsiden en wal van het Laat-Perm tot Midden-Jura en waren de voorouders van de zoogdieren.

Zoogdierachtige reptielen
FUVIFLOW0909L