Zuid-Amerikaanse hoefdieren

PDFAfdrukkenE-mailadres

Fauna

De vertegenwoordigers van deze orde vertoonden gelijkenis met zowel de paarden als de kamelen. De poten van deze dieren vertonen grote overeenkomsten met die van de onevenhoevigen (perissodactylen) zoals de paarden, tapirs en neushoorns.

Orde Litopterna

Familie Didolodontidae

Een langlevende familie waarvan de systematische positie onzeker is, de Didolodontidae worden regelmatig ingedeeld bij de orde arctocyonia maar even vaak worden zij door deskundigen onder de Litopternen geplaatst.

Familie Proterotheriidae


Door het ontstaan van grote open grasvlakten op het Zuid-Amerikaanse continent werd de evolutie van lichtgebouwde, snelle renners in gang gezet. Deze familie waarvan de naam "eerste schepselen" betekent bestond uit paardachtige dieren die leefden van het Laat-Paleoceen tot aan het Laat-Plioceen.

Familie Macraucheniidae

Dit waren kameelachtige litopternen met de poten van een neushoorn, lange hals en slurf werden zij vroeger aangezien voor een uitgestorven kamelensoort. Deze familie leefde tijdens het grootste deel van het Tertiair en mogelijk zelfs tot in het Pleistoceen om pas de laatste duizenden jaren uit te sterven.

Familie Astrapotheriidae

Van leden van deze familie zijn complete skeletten bekend.Deze dieren hadden een korte kop die was voorzien van luchtholten op het voorhoofd. Mogelijk was deze familie uitgerust met een slurf maar die stelling is controversieel.

Familie Trigonostrylopidae

Deze familie komt overeen in de vorm van de hoektanden met de astrapotheriën maar andere gebitselementen wijzen ook op een mogelijke verbintenis met de litoptemen.


Orde Pyrotheria

De Zuid-Amerikaanse zoogdieren tonen sterke staaltjes van convergente evolutie. Zo waren de leden van deze familie de Zuid-Amerikaanse tegenhangers van de olifanten.

Familie Pyrotheridae

Deze familie leefde van het Eoceen tot het Vroeg-Oligoceen in Zuid-Amerika.


Orde Notoungulata

De naam notoungulaten betekent letterlijk "zuidelijke hoefdieren" deze groep vormde de grootste orde binnen de Zuid-Amerikaanse hoefdieren. Van enkele vormen binnen deze familie zijn ook fossiele restanten gevonden in Noord-Amerika.

Suborde Notoprogonia

Dit zijn de oudste notoungulaten met een aantal primitieve kenmerken waaronder een compleet gebit met 44 elementen en nauwelijks gespecialiseerde kiezen met lage kronen. De groep verdween 45 miljoen jaar geleden en tijdens hun bestaan waren zij alleen in het Paleoceen en Eoceen vertegenwoordigt.

Familie Notostylopidae

De tanden van deze familie vertonen enige vorm van specialisatie, uiterlijk leken deze dieren veel op knaagdieren. hun snijtanden echter hadden wortels en groeiden niet door hetgeen ze ongeschikt maakten voor knagen.

Suborde Typotheria

Deze groep heeft veel gemeen met knaagdieren, enkele soorten werden net zo groot als de zwarte beer maar de meeste bleven kleiner.

Familie Interatheriidae

Kleine knaagdierachtige zoogdieren die leefden van het Laat-Paleoceen tot in het Laat-Mioceen.

Suborde Hegetotheria

Deze groep leek in uiterlijk en levenswijze veel op die van de knaagdieren. De groep ontwikkelde zich gedurende het Midden-Eoceen en stierven pas uit in het Plioceen, drie miljoen jaar geleden.

Familie Hegetotheriidae

Deze groep dieren leek qua uiterlijk levenswijze en voortbeweging sterk op de hedendaagse konijnen.

Suborde Toxodonta

Deze groep was leefde zeer verspreid in Zuid-Amerika, van het Oeceen tot het Mioceen. De groep was divers en sommige soorten werden even groot als een paard of neushoorn. Toxodont betekent "gebogen tand" en refereerd aan een bocht in de kiezen.

Familie Isotemnidae


Deze groep vertegenwoordigt de primitiefste toxodonten.

Familie Notohippidae

Deze naam betekent "paard van het zuiden" de hieronder resorteerende dieren werden aanvankelijk beschouwd als de voorouders van echte paarden omdat er veel overeenkomsten waren ten opzichte van de vorm van de schedel en de snijtanden. Deze overeenkomsten waren het gevolg van een convergente evolutie. De notohippididen ontstonden in het Midden-Eoceen en wisten zich te handhaven tot in het Midden-Eoceen.

Familie Leontiniidae

De verwantschap van deze groep is niet geheel duidelijk maar de bouw van de voeten in aanmerking nemende is het aannemelijk om ze binnen de toxodonten te groeperen.

Familie Homalodotheriidae

Deze dieren worden ondermeer gekenmerkt door hun geklauwde tenen, tijdens het Midden- tot Laat-Tertiair was deze groep alom vertegenwoordigt in Zuid-Amerika, ze ontwikkelden zich gedurende het Vroeg-Oligoceen en stierven uit aan het begin van het Laat-Mioceen.

Familie Toxodontidae

Kenmerk waren o.a. de kiezen met uitzonderlijk hoge kronen die strak waren gekromd. Deze kiezen groeiden altijd door als compensatie van het kauwen van het taaie pampagras. (Oligoceen - Laat-Pleistoceen)

 

Zuid-Amerikaanse hoefdieren
FUVIFLOW0909L