Flora
woensdag, 30 december 2009 14:32
Fossielen van de 390 miljoen jaar oude rhyniofyten, rechtopstaande veenplanten die het transport van water regelden via vaten en 20 tot 30 centimeter groot werden zijn o.a. gevonden bij de Schotse vindplaats Rhynie. In afzettingen in dit gebied zijn de fossiele resten van 22 verschillende van deze primitieve planten teruggevonden.
De eerste bosachtige begroeiïngen van landplanten zijn o.a. gevonden in 375 miljoen jaar oude lagen van de Gilboa-gesteenten in de Catskill Mountains. De eerste landplanten die groter werden dan drie meter waren de boomvarens en wolfsklauwen die groei werd mogelijk door het ontstaan van wortelachtige structuren waardor het grondwater kon worden bereikt, maar daarnaast waren er ook veranderingen van de inwendige structuur in de stengels, houtachtige substanties verstevigden het weefsel.
Het Laat-Devoon werd gekenmerkt door de opkomst van de zaaddragende planten zoals naaldbomen, ginkgo's, varenpalmen en zaadvarens. Varens, paardestaarten en zaadragende planten domineerden de wereldwijde vegetatie gedurende het gehele Mesozoicum.
Ongeveer 140 miljoen jaar geleden begon de opkomst van de bloeiende planten of angiospermen die worden onderverdeeld in monocotylen (palmen en lelies) en dicotylen (breedbaldige bomen,struiken en veel kruidenplanten), de oudst bekende bloemplant is gevonden in China en is Archaefructus genoemd. In de Midden-Krijt periode was de diversiteit van de bloemplanten aanzienlijk toegenomen, de moderne vormen zijn in deze periode ontstaan.
De angispermen verdrongen de ginkgofyten, pteridospermen en varenpalmen welke zowel in aantal als in diversiteit afnamen. Tegen het einde van de Krijt periode waren de pteridospermen uitgestorven en kwamen de palmvarens en ginkgofyten nog verder in de verdrukking, heden ten dage is er nog maar een levende soort ginkgofyt overgebleven. Varens en naaldbomen wisten zich daar en tegen wel te handhaven.
Na de K/T periode hebben de bloemplanten zich geëvolutioneerd tot een onverstelbaar aantal soorten. Door een toename van de vochtigheid onstonden regenwouden met breedbladige bomen, deze regenwouden wisten zich uit te breiden tot aan de zestigste breedtegraad mede door de gunstige warme klimatologische omstandigheden.. Daarboven werden de breedbladige bomen waarvan er nu vele zijn uitgestorven vervangen door bossen met bladverliezende bomen.
Sinds het Vroeg-Tertiair is er relatief weing veranderd ten aanzien van de vegetatie, alle belangrijke groepen bloemplanten waaronder de voorlopers van de grassen zoals rijst, tarwe en maïs waren al geëvolutioneerd.


