Krokodillen

PDFAfdrukkenE-mailadres

De krokodillen leefden al tijdens het Mesozoicum, het tijdperk van de dinosaurussen, en zijn sindsdien nauwelijks veranderd. Krokodillen zijn echte waterdieren die makkelijk drie kwartier onderwater kunnen vertoeven, zij bezitten een dikke, donkergroen tot bruin van kleur zijnde gepantserde huid en een sterke gespierde staart waarmee zij zich door het water voortbewegen. De naam krokodil wordt gebruikt als verzamelnaam voor alle krokodilachtigen, de echte krokodillen, de alligators en kaaimannen en gavialen. Een verschil tussen de echte krokodillen en alligators en gavialen is dat er bij echte krokodillen met een gesloten bek de vierde tand zichtbaar blijft, hetgeen bij de andere soorten niet het geval is. Deze vierde tand past bij echte krokodillen in een inkeping van de bovenkaak.

Er is een aanzienlijk verschil tussen de kracht van de spieren welke de bek openen en sluiten. De spieren die de bek openen zijn namelijk veel zwakker. Momenteel leven er nog ruim twintig soorten waarvan de indeling onderhevig is aan discussie. Sommige krokodillen kunnen wel honderd jaar oud worden. Krokodillen blijven hun hele leven groeien maar naarmate zij ouder worden neemt de groeisnelheid af, de grotere soorten bereiken een lengte van zes tot zeven meter, maar de allergrootste is de zeekrokodil die een lengte van tien meter kan bereiken. Fossiele vondsten duiden erop dat vroege krokodillen wel vijftien meter lang konden worden en meer dan zesduizend kilo moeten hebben gewogen.
De gaviaal heeft een opmerkelijke smalle en lange snuit en is een echte viseter, het is de beste zwemmer onder de krokodillen, daar en tegen zijn de poten relatief zwak. Krokodilachtigen zijn koudbloedig en dus afhankelijk van externe warmtebronnen voor de regulatie van hun lichaamstemperatuur. Zij komen met uitzondering van de Chinese alligator welke in een vrij beperkt gebied aan de benedenloop van de Jangtsekiang-rivier in China leeft, voo r in de warme streken van Australië, Amerika, Afrika en Azië. Om hun lichaamstemperatuur op peil te houden liggen zij 's nachts vaak ondergedompeld in het water om tegen het ochtendgloren aan land te gaan en zich te laten opwarmen door de zon zodra zij het te warm krijgen zoeken zij verkoeling in het water of in een schaduwrijke plek.

De meeste krokodillen jagen op kleine prooien en alleen de grote krokodillen vallen grotere prooien zoals buffels, zebra's en gazelle's aan wanneer die zich bij een drinkplaats ophouden. Eenmaal in de ijzeren greep van de kaken wordt de prooi net zolang onder water gehouden tot dat het verdronken is om vervolgens stukken vlees los te scheuren en zonder kauwen naar binnen te schrokken. Door hun lage metabolisme kunnen krokodillen het een tot twee weken zonder voedsel uithouden.

Krokodillen leggen hun eieren in groepen van soms wel negentig stuks in een vlak bij het water gelegen in het zand uitgegraven kuil, die daarna wordt toegedekt met zand waarna de zonnewarmte zorg draagt voor het uitbroeden, sommige soorten maken nesten van rottende bladeren. Nadat de eieren zijn gelegd en het nest is toegedekt blijft het vrouwtje in de buurt om het te beschermen tegen rovers en heeft geen tijd om te jagen waardoor de gehele broedperiode gevast wordt. Na de broedtijd van ongeveer negentig dagen komen de eieren uit en produceren de jongen piep geluiden, dat is voor het vrouwtje het sein om het nest uit te openen. De nog niet uitgekomen eieren breekt zij voorzichtig open tussen tong en gehemelte.

Hoewel de jongen de eerste dagen van hun leven in de nabijheid van hun moeder vertoeven die hen beschermt tegen rovers zorgen zij zelf voor hun eigen voedsel dat voornamelijk bestaat uit insecten en slakken. Ondanks het wakende oog van de moeder vallen er vrij veel jongen ten prooi aan rovers zoals roofvogels, grote hagedissen en zelfs aan volwassen mannetjes krokodillen. Na verloop van tijd verlaat de moeder de jongen die dan nog enige tijd bescherming zoeken in een groepsverband.

In tegenstelling tot warmbloedige dieren waarbij het geslacht wordt bepaald door chromosomen wordt het geslacht bij krokodillen, sommige hagedissen en veel schildpadden bepaald door de temperatuur van het embryo in het ei, bij hoge temperaturen worden er voornamelijk mannetjes geboren, bij lagere vrouwtjes.

 

Genussen
Gavialidae Gavialis gangeticus (Gmelin, 1789)

Ook bekend als: Indische gharial, Indische gaviaal, Bahsoolia, Nakar, Chimpta, Lamthora, Mecho Kumhir, Naka, Nakar, Shormon, Thantia, Thondre, Garial

Distributie: Het Noordelijke Indische subcontinent: Bangladesh, Bhutan, Birma, India, Nepal en Pakistan. Ze worden gevonden tussen de rivieren.

Leefomgeving: Echte rivierbewoners geheel aangepast aan een aquatische leefstijl. Deze soort komt vooral voor in de kalmere delen van diepe, snelstromende rivieren. Gavialis kan op land slecht uit de voeten en vertoont zich alleen op het droge om zich te warmen in de zon of eieren te leggen, beide bezigheden gebeuren voornamelijk op zandstranden.

Beschrijving: Karakteristieke lange, smalle snuit, welke naarmate het dier ouder wordt propotioneel langer en dunner wordt. Op de top van de neus bevind zich bij de mannetjes een uitstulpsel welke "Ghara" genoemd wordt, hetgeen in India "pot" betekent. Deze uitgroei heeft meerdere functies zo wordt het gebruikt als een vocale resonator, sexueel vertoon en worden er bubbels in het water meer gemaakt dit eveneens om vrouwtjes te lokken. De lange kaken zijn uitgerust met grijpende haarscherpe tanden. De gaviaal is een van de grootste krokodillen mannetjes bereiken een lengte van zes tot zeven meter en benaderd daarmee C. porosus. De gaviaal is uiterst slecht uitgerust voor beweging over land zijn beenspieren stellen hem niet in staat zijn lichaam te verheffen daarom beweegt hij zich buikschuivend over de grond, in het water is het echter een formidabele zwemmer, de staart is goed ontwikkeld en naar achteren toe afgeplat en de achterpoten hebben zwemvliezen. Het dieet is anders bij volwassen die voornamelijk viseters zijn en jongen die zich voeden met insecten en kikkers. De dunne snuit geeft in het water een lage weerstand en de tanden zijn geschikt voor het vasthouden van worstelende prooidieren zoals gladde vissen. Sommige van de grotere gavialen doen zich echter ook tegoed aan zoogdieren. Vrouwtjes zijn sexueel volwassen rond hun tiende levensjaar zij zijn dan ongeveer drie meter groot. Mannetjes hebben meerdere vrouwtjes. De paartijd begint in november en eindigt in januari. De broedtijd is van maart tot mei in welke periode de nesten worden uitgegraven en er tussen de dertig en vijftig eieren in worden gelegd met een gemiddelde van zevenendertig. Nadat de eieren zijn gelegd worden de nesten zorgvuldig toegedekt. Gavialen leggen de grootste eieren binnen de krokodillen familie en wegen meer dan honderdzestig gram. Het uitbroeden van de eieren duurt 83 tot 94 dagen, voor zover bekend halen gavialen niet net als andere krokodilsoorten hun jongen uit het nest, dit komt waarschijnlijk omdat hun bek daarvoor minder geschikt is en de uiterst scherpe tanden de jongen zouden verwonden. Na het uitkomen blijven de ouders de jonge dieren nog wel enige tijd beschermen.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 23-24 tanden; 25-26 kiezen. Totale hoeveelheid tanden = 106-110

Crocodylidae Tomistoma schlegelii (Müller, 1838)

Ook bekend als: Tomistoma, False gharial, Valse gaviaal, Baja (Baya) Kanulong, Bediai Sampit, Boeaja, Buaja, Buaya, Buaya Jolong-Jolong, Buaya Sa(m)pit, Buaya Senjulong, Buaya Sepit, Jolong-Jolong, Malay gavial, Malay gharial, Malayan fish crocodile, Senjulong

Distributie: Indonesië (Sumatra, Kalimantan, Java, mogelijk Sulawesi), Maleisië.

Leefomgeving: Zoetwater meren, rivieren en moerassen.

Beschrijving: Karalteristike smalle snuit niet veel afwijkend van de van de gaviaal (Gavialis gangeticus), donker chocoladebruine kleur bij zowle jonge als volwassen dieren. maximale lengte vijf meter. Er is discussie of dit genus binnen de crododylidae of de gavialidae behoort.

Gebitsverhouding: 4-6 voortanden; 15-16 tanden; 19-20 kiezen. Totaal aantal tanden = 76-84

Crocodylidae Osteolaemus tetraspis (Cope, 1861)

Ook bekend als: Afrikaanse dwerg krokodil, Breedsnuit krokodil, Zwarte krokodil, Afrikaanse kaaiman, Benige krokodil, Afrikaanse breedneus krokodil, Crocodile cuirassé, Crocodile nain, Rough-backed crocodile, Crocodile à front, Stumpf krokodil, Bamba fiman

Distributie: Komt voor in het zelfde leefgebied alsdat van Crocodylus cataphractus. West en West-centraal Afrika: Angola, Benin, Burkina Faso, Kameroen, Central Afrikaanse Republiek, Kongo, Equatoriaal Guinea, Gabon, Gambia, Ghana, Guinea, Guinea-Bissau, Ivoorkust, Liberië, Mali, Nigeria, Senegal, Sierre Leone, Togo, Zaire. O. t. tetraspis leeft in meer westelijk gebieden, O. t. osborni komt voor in Zaire.

Leefomgeving: Leeft voornamelijk in permanente plassen in moerassen en langzaam stromend zoetwater gebieden binnen regenwouden. Verblijft het grootste gedeelte van de dag in zelf gemaakte holen waarvan de ingangen zich vaak onder de waterlijn bevinden. Gedurende de nacht worden de dieren actief en gaan op jacht.

Beschrijving: Zwaar bepanserd op zowel de nek, rug en staart, maximum lengte 1,9 meter. Korte brede snuit die overeenkomsten vertoont met die van de kaaiman.

Gebitsverhouding: 4 voortanden; 12-13 tanden; 14-15 kiezen. Totaal aantal tanden = 60-64

Crocodylidae Crocodylus siamensis (Schneider, 1801)
Ook bekend als: Siamese krokodil, Siamese zoetwater krokodil, Singapore small-grain, Buaja, Buaya kodok, Jara Kaenumchued, Soft-belly

Distributie: Cambodia, Indonesië (inclusief Borneo and mogelijk ook Java), Laos, Malaisië (Sabah, Sarawak), Thailand, Vietnam. In veel van deze gebieden is deze species mogelijk uitgestorven.

Leefomgeving: De ecologie van deze species wordt nog niet goed begrepen, vermoedelijk prefereert het langzaam stromende zoetwater milieu's maar komt ook voor in meren, rivieren en mogelijk brakke watergebieden.

Beschrijving: Mannetjes in het wild worden maximaal drie tot vier meter lang maar blijven meestal steken op drie meter.

Gebitsverhouding: 4 voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 64-66
Crocodylidae Crocodylus rhombifer (Cuvier, 1807)
Ook bekend als: Cubaanse krokodil, Parel krokodil, Caim án Zaquendo, Cocodrillo, Criollo, Cocodrilo Legitimo, Cocodrilo Perla, Crocodile Rhombifère

Distributie: Cuba (Zapata moeras in het noordwesten.

Leefomgeving: Zoetwater moerassen.

Beschrijving: Middelgrote krokodillen soort gemiddeld 3,5 meter lang. Het hoofd is kort en breed en achter de ogen bevind zich een benig uitsteeksel, Zowel het lichaam als de nek zijn bepantserd. Jongeren hebben zeer lichte ogen die geleidelijk donkerder van kleur worden.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen Totaal aantal tanden = 66-68
Crocodylidae Crocodylus porosus (Schneider, 1801)
Ook bekend als: Australische zoutwater krokodil, Estuarine Crocodile, 'Saltie', Indo-Pacific Crocodile, Singapore small grain, Baya, Buaja, Buaya maura, Gator (regionale Australische naam, niet te verwarren met A. mississippiensis), Gatta Kimbula, Gorekeya, Kone huala, Jara Kaenumken, Pita Gatteya, Pukpuk (naam van Aboriginals), Rawing crocodile, Semmukhan Muthlelei, Sea-going krokodil, Subwater krokodil, Mens etende krokodil

Distributie: Australië, Bangladesh, Brunei, Myanmar (Birma), Cambodja, China, India (inclusief de Andaman eilanden), Indonesië, Malaysia, Palau (Caroline eilanden) , Papua New Guinea, Filippijnen, Singapore, Sri Lanka, Solomon eilanden, Thailand, Vanuatu (Banks eilanden), Vietnam.

Leefomgeving: Deze soort is bestand tegen een hoge saliniteit, maar komt ook voor in zoetwater gebieden.

Beschrijving: Deze grootste krokodlillen soort vertegenwoordigt tevens het grootste levende reptiel. Volwassen mannetjes bereiken een lengte van zes tot zeven meter vrouwtjes blijven met een maximale lengte van drie meter aanzienlijk kleiner. De species kenmertk zich door de grote schedel en de zware kaken. Jongeren zijn grijsgeel van kleur met zwarte strepen en plekken op rug en staart.

Gebitsverhouding: 4 (soms 5) voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 64-68
Crocodylidae Crocodylus palustris (Lesson, 1831)
Ook bekend als: Moeraskrokodil, Mugger, Muggar, (hij die van achteren aanvalt) Marsh krokodil, Indiaanse moeras krokodil, Makar, Äle Kimbula, Bhakuna, Breedsnuit crocodile, Dhakor Muhma, Gohi, Gomua, Häle Kimbula

Distributie: Bangladesh, Iran, India, Nepal, Pakistan, Sri Lanka, mogelijk ook Indo-China.

Leefomgeving: Komt voor in zoetwater riveieren, meren en moerassen met een voorkeur voor langzaam stromend ondiep water, komen soms ook voor in zoutwater meertjes. Deze species bouwen holen om in te schuilen, op zoek naar betere leefgebieden leggen zij soms over land grote afstanden af.

Beschrijving: Volwassen exemplaren zijn lichter grijsbruin van kleur dan jonge dieren, Deze soort wordt maximaal vier tot vijf meter lang en heeft de breedste snuit van het Crocodylus genus.

Gebitsverhouding: 4 (soms 5) voortanden; 14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 66-68
Crocodylidae Crocodylus novaeguineae (Schmidt, 1928)
Ook bekend als: Nieuw Guinese krokodil, Nieuw Guinese zoetwater krokodil, Singapore large grain, Buaya air tawar, Puk Puk, Wahne huala

Distributie: Indonesië (Irian Jaya), Papoea Nieuw Guinea.

Leefomgeving: Veel voorkomend in zoetwater moerassen en meren, komt zelden voor in kustgebieden en dan nooit in gebieden van Crocodylus porosus.

Beschrijving: Deze species worden maximaal drie en een halve meter lang (vrouwtjes blijven kleiner dan 2,7 meter). Vertoont veel overeenkomst met C. siamensis, speciaal voor wat de jongen betreft. De kleur is bruingrijs met donkere banden rond het lichaam en de staart, de banden zijn duidelijker aanwezig bij jonge dieren.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen Totaal aantal tanden = 66-68
Crocodylidae Crocodylus niloticus (Laurenti, 1768)
Ook bekend als: Nijl krokodil, Mamba, Garwe, Ngwenya

Distributie: Angola, Benin, Botswana, Burkina Faso, Burundi, Kameroen, Centraal Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Kongo, Egypte, Ethiopië, Equatoriaal Guinea, Gabon, Gambia, Ghana, Guinea, Guinea Bissau, Ivoorkust, Kenia, Liberië, Madagascar, Malawi, Mali, Mozambique, Mauritania, Namibië, Niger, Nigeria, Rwanda, Senegal, Sierra Leone, Somalië, Zuid Afrika, Soedan, Swaziland, Tanzania, Togo, Uganda, Zaire, Zambia, Zimbabwe.

Leefomgeving: Komt in uiteenlopende omgevingen voor zoals zoetwater meren, rivieren, moerassen en brakwater. Sub-volwassenen verspreiden zich over verschillende leefomgevingen op afstand van de broedplekken zodra zij ongeveer 1,2 meter lang zijn.

Beschrijving: De Nijl krokodil kent veel variaties, over het algemeen is het een grote krokodil met een gemiddelde lengte van vijf tot zes meter. Jongeren zijn donker olijfbruin van kleur met zwarte banden over hun staart en lichaam, deze banden verdwijnen naarmate de dieren ouder worden.

Gezien de wijdse distributie zijn er verschillende subspecies voorgesteld maar deze worden niet algemeen erkend. Deze voorgestelde sunspecies zijn: C. n. africanus (Oost Afrikaanse Nijl krokodil), C. n. chamses (West Afrikaanse Nijl krokodil), C. n. corviei (Zuid Afrikaanse Nijl krokodil), C. n. madagascariensis (Malagasy Nijl krokodil, Malagasy alligator, Croco Mada), C. n. niloticus (Ethiopian Nijl krokodil), C. n. pauciscutatus (Keniaanse Nijl krokodil, Keniaanse alligator, Kenya kaaiman), C. n. suchus (Centraal Afrikaanse Nijl krokodil)

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 14-15 kiezen. Totaal aantal tanden = 64-68
Crocodylidae Crocodylus moreletii (Bibron & Dumeril, 1851)
Ook bekend als: Morelet's krokodil, Centraal Amerikaanse krokodil, Mexicaanse krokodil, Soft belly, Belize crocodile/alligator, Cocodrilo de Pantano, Lagarto de El Petén, Lagarto negro, Lagarto Pantanero, Lagarto Panza
Distributie: Belize, Guatamala, Mexico

Leefomgeving: Komt voornamelijk voor in zoetwater moerassen en bosgebieden met zoetwater, maar komt ook voor in brakwater omgevingen nabij de kusten. Deze species leeft in het zelfde gebied als C. acutus. Gedurende de droge periode overzomeren de volwassen dieren in holen.

Beschrijving: Relatief kleine soort, maximaal drie meter lang. De snuit is breed en de kleuren zijn gelijk aan, maar zijn donkerder dan die van C. acutus. De ogen zijn zilverkleurig en de nek wordt beschermd door zware panters. Jongeren zijn geel gekleurd met zwarte banden.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 66-68
Crocodylidae Crocodylus mindorensis (Schmidt, 1935)
Ook bekend als: Filippijnse krokodil, Mindoro krokodil, Filippijnse zoetwater krokodil

Distributie: Filippijnse eilanden Busuanga, Jolo, Luzon, Masbate, Mindanao, Mindoro en Negros
Leefomgeving: Komt voornamelijk voor in zoetwater milieus.

Beschrijving: Deze soort is relatief klein, mannetjes worden niet groter dan drie meter en de vrouwtjes zijn kleiner. Kenmerken zijn een breedgebouwde snuit en zware bepantsering op de rug. Deze species werd aanvankelijk beschouwd als een subspecies van zowel C. porosus of meer recentelijk C. novaeguineae (i.e. C. novaeguineae mindorensis).

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 66-68
Crocodylidae Crocodylus johnstoni (Krefft, 1873)
Ook bekend als: Johnston's/Johnson's (rivier) krokodil, Australische zoetwater krokodil, "Zoetje", Vis krokodil
Distributie: Noord Australië (Northern Territory, Queensland en Westelijk Australië)

Leefomgeving: Verscheidende permanente zoetwater gebieden zoals meren en moerassen en de minder salinische riviergedeelten en kreken. Deze soort komt in het algemeen niet voor in kustgebieden waar de invloed van brakwater en de competitie met de daar dominante C. porosus het leefgebied minder aantrekkelijk maakt.

Beschrijving: De Australische zoetwater krokodil is relatief klein en wordt zelden groter dan drie meter. De vorm van de snuit is ongewoon smal en taps en de kaken zijn uitgerust met veel scherpe tanden. De kleur is lichtbruin met donkerder strepen op het lichaam en de staart. De bepansering bestaat uit grote huidplaten op de rug, ronde kleinere platen bedekken de flanken en de buitsenzijde van de benen. Deze species is ook vermeld als C. johnsoni. Er zijn geen subspecies van deze soort alhoewel er een dwergpopulatie waarvan de manntjes niet langer worden dan drie meter bekend is.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 14-16 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 68-72
Crocodylidae Crocodylus intermedius (Graves, 1819)

Ook bekend als: Orinoco krokodil, Colombiaanse krokodil, Venezuelaanse delta krokodil, Caimán del Orinoco, Caimán del Llanos

Distributie: Colombia, Venezuela

Leefomgeving: Komt voor in zoetwater rivieren (midden en lage delen van de Orinoco rivier) van de Llanos savanne welke gedurende het regenseizoen onder water loopt waardoor tijdelijke seizoens rivieren ontstaan. C. intermedius verblijft tijdens het droge seizoen in holen die zijn uitgegraven in de buurt van rivieren die droogvallen na het regenseizoen.

Beschrijving: De Orinico krokodil bereikt een lengte van vijf meter (mannetjes) er zijn echter historische verslagen die een lengte van zeven meter vermelden. De snuit is relatief lang en smal overeenkomstig met C. cataphractus, en heeft een lichte curve naar boven. Dit dier heeft een symetrische bepantsering die veel lijkt op die van C. acutus. Jongen voeden zich met kleine vissen en ongewervelde dieren, terwijl volwassen exemplaren jagen op vissen en landdieren en zelfs op vogels die zich bij het water wagen. Er zijn meldingen gemaakt dat deze krokodillen ook mensen zouden hebben verslonden, maar dat zijn gezien de levenswijze van deze soort uitzonderlijke gevallen. Tijdens het droge seizoen (januari/februari) worden de eieren gelegd en uitgebroed. Het aantal eieren dat wordt gelegd ligt tussen de vijftien en zeventig met een gemiddelde van meer dan veertig. Het vrouwtje bewaakt het nest waaruit de jonge dieren na zeventig dagen te voorschijn komen, daarna bewaakt het vrouwtje de jongen gedurende een periode van een tot drie jaar.

Gebitsverhouding|: 5 voortanden; 14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 68
Crocodylidae Crocodylus cataphractus (Cuvier, 1825)

Ook bekend als: Afrikaanse slank-snuitige krokodil, West Afrikaanse langsnuit krokodil, Afrikaanse gharial, Pantser krokodil. Langsnuit krokodil, Scherpsnuitige Afrikaanse krokodil, Faux gavial africain, Loricate crocodile, Subwater crocodile, Khinh, Cabinda

Distributie: Centraal and West Afrika: Angola, Benin, Burkina Faso, Cameroon, Central Afrikaanse Republiek, Chaad, Congo, Equatorial Guinea, Gabon, Gambia, Ghana, Guinea, Guinea Bissau, Ivoorkust, Liberië, Mali, Mauritanië, Nigeria, Senegal, Sierra Leone, Tanzania, Togo, Zaire, Zambia

Leefomgeving: Een zeer aquatische krokodil die voornamelijk voorkomt in riviermilieus welke zijn omringd met begroeiïng maar de soort komt ook voor in grote meren en er zijner ook die in brakke kustwateren vookomen, ze komen zelfs voor op een eiland in de oceaan (Bioko eiland).

Beschrijving: Deze qua lengte kleine tot middelgrote krokodillen die een gemiddelde lengte bereiken van 2,5 meter (uitzonderingen tot 4,2 meter zijn geraporteerd) dankt zijn populaire namen aan zijn smalle gespeciliseerde snuit die overeenkomsten vertoont met C. intermedius. D ebepantsering ligt in drie of vier rijen over de nek en rug.

Gebitsverhouding: 5 (rsoms 4) voortanden; 13-14 tanden; 15-16 kiezen Totaal aantal tanden = 64-70
Crocodylidae Crocodylus acutus (Cuvier, 1807)
Ook bekend als: Amerikaanse krokodil, Caimán de Aguja, Centraal Amerikaasne alligator, Cocodrilo de Rio, Crocodile à museau pointu, Lagarto Amarillo, Lagarto Real, Llaman Caimán, Zuid Amerikaasne alligator, Amerikaanse zoutwater krokodil

Distributie: Zuidelijk deel van de Verenigde Staten, Centraal- en Zuid-Amerika Belize, Kaaiman eilanden, Colombia, Costa Rica, Cuba, Dominikaanse Republiek, Ecuador, El Salvador, Florida (extreem zuidelijk), Guatemala, Haiti, Honduras, Jamaica, Nicaragua, Margarita, Martinique, Mexico, Panama, Peru, Trinidad, Venezuela

Leefomgeving: Komt voor in zowel zoetwater (rivieren, meren en reservoirs) als in brakke kustgebieden.

Beschrijving: Een van de grotere krokodillen soorten waarvan de mannetjes vaak groeien tot een lengte van vijf tot zes meter. De bepantsering op de rug is onregelmatig en gereduceerd ten opzichte van andere species. Er bevindt zich een duidelijke verdikking boven de ogen die bij jongeren overigens minder prominent aanwezig is. Oudere dieren zijn  donkerder (olijfbruin) van kleur en jongeren bezitten schutkleuren. De ogen zijn zilverkleurig.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-15 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 66-68
Alligatoridae
Paleosuchus trigonatus (Schneider, 1801)
Ook bekend als: Slanksnuit kaaiman, Schneider's dwerg kaaiman, Jacaré Coroa, Cochirre, Jacaré curua, Yacaré coroa
Distributie: Bolivia, Brazilië, Colombia, Ecuador, French Guyana, Guyana, Peru, Suriname, Venezuela. Het leefgebied van deze species komt grotendeels overeen met die van de species Paleosuchus palpebrosus, maar is niet zover naar het zuiden toe uitgebreid.

Leefomgeving: Zoetwater rivieren en smalle bosstromen, volwassen dieren verblijven vaak in het holen weg van het water en voeden zich al pendelend tussen het water en hun hol. Komt in Bolivia en Venezuela in de zelfde leefomgevingen voor als P. palpebrosus. De vorm van de snuit is uitermate geschikt voor snelstromende wateren, de activiteit van deze familie is 's avonds groter dan overdags en de dieren verblijven veel op land.

Beschrijving: Beide species van deze Paleosuchus genus zijn in vergelijk met andere krokodillen klein van stuk. Mannetjes worden doorgaans 1,7 tot 2,3 meter lang. De huid is bepantserd en de staart kort en minder flexibel. Tijdens het lopen word de kop hoog gedragen.

Gebitsverhouding: 4 voortanden; 14-15 tanden; 21-22 kiezen. Totaal aantal tanden = 78-82n; 13-15 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 66-68
Alligatoridae Paleosuchus palpebrosus (Cuvier, 1807)
Ook bekend als: Cuvier's dwerg kaaiman, Cuvier's kaaiman  met de gladde voorkant (wijzend op het gebrek aan een verdikking op de snuit zoals in Caiman crocodilus - dit ondersteunt de hypothese dat Paleosuchus ('oude krokodil') afstamt van een oudere lijn die dertig miljoen jaar verder terugggaat dan die van andere kaaimannen.) Cachirré, Jacaré pagua; Coroa, Musky caiman

Distributie: Bolivia, Brazilië, Colombia, Ecuador, Frans Guyana, Guyana, Paraguay, Peru, Suriname, Venezuela. Een iets grotere verspreiding dan die van Paleosuchus trigonatus.

Leefomgeving: Komt voor in beboste zoetwater riviergebieden en ondergelopen bossen rond meren. Komt in Bolivia ook voor in rivieren en kleine stromen. Deze familie prefereert schone snelstromende rivieren maar komt ook voor in minder schone omgevingen in het zuidoosten van Brazilië en Venezuela. Verblijft gedurende lange perioden overdag in een hol maar legt 's nachts grote afstanden af. Sub-volwassenen verblijven gedurende een korte periode in geisoleerde wateren.

Beschrijving: De kleinste bestaande krokodillen soort, mannetjes worden niet veel goter dan aqnderhalve meter, vrouwtjes kunnen 1.2 meter lang worden. de huid is zwaar bepantserd. De hoogopstaande schedel heeft een afwijkende vorm ten opzichte van andere krokodilachtigen, hij is kort, glad, en een omhoog gerichte snuit. Jongen zijn bruin van kleur met lichte banden, volwassen dieren zijn donkerder van kleur. De kop is evenals de kleur van de ogen chocolade bruin.

Gebitsverhouding: 4 voortanden; 14-15 tanden; 21-22 kiezen. Totaal aantal tanden = 78-82
Alligatoridae Melanosuchus niger (Spix, 1825)
Ook bekend als: Zwarte Kaaiman, Caimán, Caiman negro, Jacare Açu, Jacaré Assú, Jacare Açu, Jacare Uassu, Jaracé Una, Yacare Assu

Distributie: Bolivië, Brazilië, Colombia, Ecuador, Frans Guiana, Guiana, Peru

Leefomgeving: Houdt zich op in verschillende zoetwater omgevingen zoals langzaam stromende rivieren, beken, meren en broeklanden.

Beschrijving: Dit is de grootste soort van de familie Alligatotidae, de mannetjes kunnen een lengte bereiken van vier tot zes meter. De soort verschilt in uiterlijk niet veel van Alligator mississippiensis. De huis is erg donker van kleur en de onderkaak toont een grijze band die naarmate de dieren ouder worden bruin kleuren.Vaal gele en witte banden zijn aanwezig op de flanken, deze flank versiering is duidelijker bij volwassen exemplaren en bij oudere vervagen de flankbanden. Vooral de schedel wijkt af ten opzichte van andere kaaimannen, deze familie heeft beduidend grotere ogen en een relatief smallere snuit.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 18-19 kiezen. Totaal aantal tanden = 72-76
Alligatoridae Caiman yacare (Daudin, 1802)

Ook bekend als: Yacare Kaaiman, Paraguaanse Kaaiman, Rode Kaaiman, Piranha Kaaiman, Coscarudo, Yacare de Hocico, Angosto, Yacare negro, Zuidelijke gespikkelde kaaiman, Angosto, Caimán del Paraguay, caimán yacaré, Jacaré, Jacarétinga, Jacará de lunetos, lagarto, tinga, yacare, yacaré

Distributie: Argentinië (noordelijk), Brazilië (zuidelijk), Boliviië (zuidelijk), Paraguay

Leefomgeving: Komt net zoals Caiman crocodilus voor in sterk varierende leefgebieden -broeklanden, rivieren en meren. Deze species is de meest zuidelijk voorkomende kaaiman.

Beschrijving: Vertoont veel overeenkomsten met Caiman crocodilus, de lengte bedraagt 2,5 tot 3 meter, op de huid bevinden zich huidplaten die een pantser vormen. De huid van de minder  geosifiseerde flanken wordt vaak verhandelt in de leer industrie. Tot voor kort werd deze species beschouwd als een subspecies van Caiman crocodilus - C. c. yacare.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 14-15 tanden; 17-21 kiezen. Totaal aantal tanden = 72-82 (gemiddelde = 74)

Alligatoridae Caiman latirostris (Daudin, 1801)
Ook bekend als: Breedsnuit Kaaiman, Overo, Yacaré Overo, Ururan, Yacaré de Hocico Ancho, Jacaré de Papo Amarelo, Jacaré Verde, Jacaré de Hocico, Ancho, Braziliaanse Kaiman, Tinga

Distributie: Argentinië (north), Bolivië, Brazilië (southeast), Paraguay, Uruguay

Leefomgeving: Een uiterst aquatische species die voornamelijk voorkomt in mangrove bossen, delta's, broeklanden en moerassen en zich zowel in zoet als in brakwater thuis voelt. Zijn leefgebied is groter dan dat van Caiman yacare, maar de voorkeuren voor bepaalde leefomgevingen verschilt tussen beide soorten, als in aanmerking wordt genomen dat C. latirostris  voornamelijk voorkomt in zacht stromende wateren van bosgebieden dan is zijn leefgebied niet groter.  Zowel C. latirostris als C. yacare bezitten een grote tolerantie ten opzichte  van koudere leefcondities, hun donkerdere kleur stelt hen in staat meer warmte op te nemen.

Beschrijving: Een middelgrote krokodillensoort met een maximum lengte van drie en een halve meter, de in het wild levende mannelijke exemplaren worden echter vaak niet veel groter dan twee meter. Vrouwtjes worden nooit groter dan twee meter en zijn in het wild vaak smaller dan de mannetjes. Dit dier heeft een uitzonderlijk brede snuit dewelke proportioneel zelfs nog breder is dan die van Alligator mississippiensis. Over de snuit loopt een kakrakteristieke verdikking en de huid is gepantserd. De kleur is vaal olijf-groen. Deze kaaimannen zijn dol op waterslangen maar voeden zich ook met kleine gewervelden zoals vissen en amphibiën. De kaken zijn ook zeer geschikt voor het kraken schilpadden. Grotere dieren zijn in staat grote prooien met succes aan te vallen. De nsettijd van deze soort loopt gelijk aan de regentijd, in de nesten worden 20 tot zestig eieren gelegd die vaak op eilandjes te vinden zijn. De eieren worden in twee lagen gelegd waardoor er een licht temperatuursverschil ontstaat tussen beiden en daardoor de kans op jongen van beide sexen wordt vergroot. De incubatietijd bedraagt zeventig dagen. De vrouwtjes helpen de jongen vanuit het nest in het water waar beide ouders een bepaalde periode over hun waken. Een mogelijke subspecies is de Argentijnse Caiman latirostris chacoensis, deze zijn over het algemeen kleiner van stuk dan populaties in andere gebieden, maar deze veronderstelling wordt niet algemeen ondersteund.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 12-14 tanden; 17-20 kiezen. Totaal aantal tanden = 68-78 (gemiddelde = 72)
Alligatoridae Caiman crocodilus fuscus (Cope, 1868)
Ook bekend als: Bruine kaaiman, Amerikaanse kaaiman, Cuajipal, Dusky kaiman, Jacaretinga, Lagarto Chato, Lagarto de Concha, Lagarto negro, Magdalena Kaiman, Pululo, Talulín, Wizizil

Distributie: Colombia, Costa Rica, Cuba, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua, Panama, Puerto Rico, Mexico (zuid), Venezuela.

Leefomgeving: Leeft in gevarieerde omgevingen en saliniteiten.

Beschrijving: Deze soort wordt beschouwd als een sunspecies van Caiman crocodilus. Sommige geleerden beschouwen de Mexicaande en Centraal Amerikaanse ppooulatie als zijnde een subspecies van C. c. chiapasius. De gemiddelde lengte van deze krokodillensoort bedraagt een tot twee meter, verder toont het veel overeenkomsten met Caiman crocodilus. De kleur is echter donkerder, olijf-bruin, alhoewel meer zuidelijke populaties lichter van kleur zijn.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 14-15 tanden; 18-20 kiezen. Totaal aantal tanden = 74-80
Alligatoridae Caiman crocodilus apaporiensis (Medem, 1955)
Ook bekend als: Rio Apaporis Kaiman, Babilla, Cachirré, Ocoroché

Distributie: Zuidoostelijk Colombia, in een 200 km groot gebied van de bovenloop van de Rio Apaporis rivier.

Leefomgeving: Rivieren en hun aangesloten wateren rond de bovenloop van de Rio Apaporis rivier in Colombia.

Beschrijving: Deze Kaaiman wordt beschouwd als een subspecies van Caiman crocodilus. De snuit is aanzienlijk smaller dan andere C. crocodilus subspecies en de huidskleur is lichter.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 17-18 tanden; 20 kiezen Totaal aantal tanden = 84-86
Alligatoridae Caiman crocodilus (Linnaeus, 1758)
Ook bekend als: Gewone kaaiman, Gebrilde kaaiman, Tinga, Baba, Babilla, Babiche, Cachirré, Witte kaaiman, Braziliaanse kaaiman, Cascarudo, Jacaretinga, Lagarto, Lagarto Blanco, Yacaré Blanco

Distributie: Brazilië, Colombia, Costa Rica, Cuba, Ecuador, El Salvador, Guyana, Frans Guiana, Guatemala, Honduras, Mexico, Nicaragua, Panama, Peru, Puerto Rico, Suriname, Tobago, Trinidad, Verenigde Staten, Venezuela

Leefomgeving: Deze soort heeft grote adaptische vermogens en komt voor in vrijwel alle natte lage gebieden en rivieromgevingen binnen zijn totale leefgebied. Caiman crocodilus heeft echter een voorkoeur voor stilstaande wateren. De Zuid-Amerikaanse delta's vormen gedurende het regenseizoen een perfecte leefomgeving voor de kaaiman. Caiman crocodilus kent in vergelijking met andere Algiaroridae het grootste leefgebied, en kan tegen een redelijke mate van saliniteit. Wanneer de klimatologische leefomstandigheden daartoe aanleiding geven graven zij zich in de modder in en houden zij een zomerslaap.

Beschrijving: Een relatief kleine tot middelgrote krokodil waarvan de mannetjes tot twee en een halve meter lang kan worden vrouwtjes worden niet groter dan anderhalve meter. Zijn populaire naam Gebrilde Kaaiman dankt hij aan een benige uitgroei tussen de voorkant van de ogen (infra-orbitale brug) waardoor het lijkt of de ogen door een bril met elkaar zijn verbonden. Een drihoekige verdikking is aanwezig op de bepansterde bevenste oogleden. Jionge dieren dragen een camouflage kleuren die naarmate zij ouder worden minder duidelijk zijn. De volwassen dieren zijn olijf-groen van kleur. De verschillende subspecies verschillen van elkaar in kleur, formaat en schedelvorm.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 18-20 kiezen. Totaal aantal tanden = 72-78
Alligatoridae Alligator sinensis (Fauval, 1879)
Ook bekend als: Chinese alligator, Yangzi alligator, T'o, Tou Lung, Yow Lung, China alligator

Distributie: Komt alleen voor in gebieden rond de uitloop van de Yangzi Rivier in China.

Leefomgeving: A. sinensis is vooral te vinden in langzaam stromende zoetwater rivieren en beken, meren en moerassen, maar komt ook voor in gebieden welke honderd meter boven zeeniveau liggen. Een aanzienlijk deel van het jaar (zes á zeven maanden) brengen zij in hun complexe holen door in een winterslaap om zodoende de klimatologische extremen van hun noordelijke leefgebied te weerstaan. De temperaturen in de holen dalen in de winter zelden beneden de tien graden Celcius.

Beschrijving: Een van de kleinere krokodillen soorten die ongeveer twee meter lang kunnen worden. In de historische literatuur van China wordt melding gemaakt van drie meter maar dat is vandaag de dag een onwaarschijnlijke lengte. Een volwassen dier weegt iets meer dan veertig kilo. Evenals de jongen van A. mississippiensis bezitten de jongen van deze alligator camouflagekleuren. Anders dan bij A. mississippiensis, bezit A. sinensis benige platen op de bovenste oogleden. Het eind van de snuit is licht omhoog gericht en loopt tapser toe dan die van A. mississippiensis. De tanden zijn uitgerust voor kraken van de schelpdieren die op hun dieet staan. Doordat er zich op de huid benige huidplaten bevinden zijn deze niets waard voor de handel in krokodillenleer.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 18-19 kiezen. Totale hoeveelheid tanden = 72-76
Alligatoridae Alligator mississippiensis (Daudin, 1801)
Ook bekend als: Amerikaanse alligator, Mississippi alligator, "gator"

Distributie: Zuidoostelijk deel van de Verenigde Staten: Alabama, Arkansas, Noord & Zuid Carolina, Florida, Georgia, Louisiana, Mississippi, Oklahoma en Texas

Leefomgeving: Komt voornamelijk voor in zoetwatermoerassen en broeklanden maar ook in rivieren, meren en kleine wateren. Ze zijn bestand tegen een redelijke mate van saliniteit en worden soms aangetroffen in brakwater rond wortelboom moerassen. Wanneer de seizoensinvloeden zich doen gelden en de temperaturen zakken maakt de alligator een hol, net buiten hun holen kunnen zij zich een krote periode ophouden in vrieskou. Hun holen die door middel van hun snuit en staart worden uitgegraven bieden gedurende de droge seizoenen plaats aan andere dieren. Wanneer hun leefgebied droog valt gaan zij op zoek naar een andere waterrijke leefomgeving.

Beschrijving: Volwassen mannelijke exemplaren bereiken tegenwoordig een lengte van vier en een halve meter, een eeuw geleden waren er nog exemplaren bekend met een lengte van vijf tot zes meter. Vrouwtjes worden niet groter dan drie meter. De snuit is karakteristiek breed alhoewel er kleine variaties tussen groepen aanwezig zijn en het einde van de bovenkaak overlapt de tanden van de onderkaak. Jonge dieren zijn afspiegelingen van de volwassenen zij beschikken echter over schutkleuren die pas op latere leeftijd verdwijnen. De ogen van alligators zijn zilverkleurig. Volwassen dieren komen voor in twee vormen; lang en dun of kort en breed.

Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-15 tanden; 19-20 kiezen Totaal aantal tanden = 74-80
Krokodillen
FUVIFLOW0909L