Krokodillen
zondag, 10 januari 2010 11:22
| Genussen | |
| Gavialidae | Gavialis gangeticus (Gmelin, 1789) |
|
Ook bekend als: Indische gharial, Indische gaviaal, Bahsoolia, Nakar, Chimpta, Lamthora, Mecho Kumhir, Naka, Nakar, Shormon, Thantia, Thondre, Garial Distributie: Het Noordelijke Indische subcontinent: Bangladesh, Bhutan, Birma, India, Nepal en Pakistan. Ze worden gevonden tussen de rivieren. |
|
| Crocodylidae | Tomistoma schlegelii (Müller, 1838) |
|
Ook bekend als: Tomistoma, False gharial, Valse gaviaal, Baja (Baya) Kanulong, Bediai Sampit, Boeaja, Buaja, Buaya, Buaya Jolong-Jolong, Buaya Sa(m)pit, Buaya Senjulong, Buaya Sepit, Jolong-Jolong, Malay gavial, Malay gharial, Malayan fish crocodile, Senjulong Distributie: Indonesië (Sumatra, Kalimantan, Java, mogelijk Sulawesi), Maleisië. |
|
| Crocodylidae | Osteolaemus tetraspis (Cope, 1861) |
|
Ook bekend als: Afrikaanse dwerg krokodil, Breedsnuit krokodil, Zwarte krokodil, Afrikaanse kaaiman, Benige krokodil, Afrikaanse breedneus krokodil, Crocodile cuirassé, Crocodile nain, Rough-backed crocodile, Crocodile à front, Stumpf krokodil, Bamba fiman |
|
| Crocodylidae | Crocodylus siamensis (Schneider, 1801) |
| Ook bekend als: Siamese krokodil, Siamese zoetwater krokodil, Singapore small-grain, Buaja, Buaya kodok, Jara Kaenumchued, Soft-belly Distributie: Cambodia, Indonesië (inclusief Borneo and mogelijk ook Java), Laos, Malaisië (Sabah, Sarawak), Thailand, Vietnam. In veel van deze gebieden is deze species mogelijk uitgestorven. Leefomgeving: De ecologie van deze species wordt nog niet goed begrepen, vermoedelijk prefereert het langzaam stromende zoetwater milieu's maar komt ook voor in meren, rivieren en mogelijk brakke watergebieden. Beschrijving: Mannetjes in het wild worden maximaal drie tot vier meter lang maar blijven meestal steken op drie meter. Gebitsverhouding: 4 voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 64-66 |
|
| Crocodylidae | Crocodylus rhombifer (Cuvier, 1807) |
| Ook bekend als: Cubaanse krokodil, Parel krokodil, Caim án Zaquendo, Cocodrillo, Criollo, Cocodrilo Legitimo, Cocodrilo Perla, Crocodile Rhombifère Distributie: Cuba (Zapata moeras in het noordwesten. Leefomgeving: Zoetwater moerassen. Beschrijving: Middelgrote krokodillen soort gemiddeld 3,5 meter lang. Het hoofd is kort en breed en achter de ogen bevind zich een benig uitsteeksel, Zowel het lichaam als de nek zijn bepantserd. Jongeren hebben zeer lichte ogen die geleidelijk donkerder van kleur worden. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen Totaal aantal tanden = 66-68 |
|
| Crocodylidae | Crocodylus porosus (Schneider, 1801) |
| Ook bekend als: Australische zoutwater krokodil, Estuarine Crocodile, 'Saltie', Indo-Pacific Crocodile, Singapore small grain, Baya, Buaja, Buaya maura, Gator (regionale Australische naam, niet te verwarren met A. mississippiensis), Gatta Kimbula, Gorekeya, Kone huala, Jara Kaenumken, Pita Gatteya, Pukpuk (naam van Aboriginals), Rawing crocodile, Semmukhan Muthlelei, Sea-going krokodil, Subwater krokodil, Mens etende krokodil Distributie: Australië, Bangladesh, Brunei, Myanmar (Birma), Cambodja, China, India (inclusief de Andaman eilanden), Indonesië, Malaysia, Palau (Caroline eilanden) , Papua New Guinea, Filippijnen, Singapore, Sri Lanka, Solomon eilanden, Thailand, Vanuatu (Banks eilanden), Vietnam. Leefomgeving: Deze soort is bestand tegen een hoge saliniteit, maar komt ook voor in zoetwater gebieden. Beschrijving: Deze grootste krokodlillen soort vertegenwoordigt tevens het grootste levende reptiel. Volwassen mannetjes bereiken een lengte van zes tot zeven meter vrouwtjes blijven met een maximale lengte van drie meter aanzienlijk kleiner. De species kenmertk zich door de grote schedel en de zware kaken. Jongeren zijn grijsgeel van kleur met zwarte strepen en plekken op rug en staart. Gebitsverhouding: 4 (soms 5) voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 64-68 |
|
| Crocodylidae | Crocodylus palustris (Lesson, 1831) |
| Ook bekend als: Moeraskrokodil, Mugger, Muggar, (hij die van achteren aanvalt) Marsh krokodil, Indiaanse moeras krokodil, Makar, Äle Kimbula, Bhakuna, Breedsnuit crocodile, Dhakor Muhma, Gohi, Gomua, Häle Kimbula Distributie: Bangladesh, Iran, India, Nepal, Pakistan, Sri Lanka, mogelijk ook Indo-China. Leefomgeving: Komt voor in zoetwater riveieren, meren en moerassen met een voorkeur voor langzaam stromend ondiep water, komen soms ook voor in zoutwater meertjes. Deze species bouwen holen om in te schuilen, op zoek naar betere leefgebieden leggen zij soms over land grote afstanden af. Beschrijving: Volwassen exemplaren zijn lichter grijsbruin van kleur dan jonge dieren, Deze soort wordt maximaal vier tot vijf meter lang en heeft de breedste snuit van het Crocodylus genus. Gebitsverhouding: 4 (soms 5) voortanden; 14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 66-68 |
|
| Crocodylidae | Crocodylus novaeguineae (Schmidt, 1928) |
| Ook bekend als: Nieuw Guinese krokodil, Nieuw Guinese zoetwater krokodil, Singapore large grain, Buaya air tawar, Puk Puk, Wahne huala Distributie: Indonesië (Irian Jaya), Papoea Nieuw Guinea. Leefomgeving: Veel voorkomend in zoetwater moerassen en meren, komt zelden voor in kustgebieden en dan nooit in gebieden van Crocodylus porosus. Beschrijving: Deze species worden maximaal drie en een halve meter lang (vrouwtjes blijven kleiner dan 2,7 meter). Vertoont veel overeenkomst met C. siamensis, speciaal voor wat de jongen betreft. De kleur is bruingrijs met donkere banden rond het lichaam en de staart, de banden zijn duidelijker aanwezig bij jonge dieren. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen Totaal aantal tanden = 66-68 |
|
| Crocodylidae | Crocodylus niloticus (Laurenti, 1768) |
| Ook bekend als: Nijl krokodil, Mamba, Garwe, Ngwenya Distributie: Angola, Benin, Botswana, Burkina Faso, Burundi, Kameroen, Centraal Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Kongo, Egypte, Ethiopië, Equatoriaal Guinea, Gabon, Gambia, Ghana, Guinea, Guinea Bissau, Ivoorkust, Kenia, Liberië, Madagascar, Malawi, Mali, Mozambique, Mauritania, Namibië, Niger, Nigeria, Rwanda, Senegal, Sierra Leone, Somalië, Zuid Afrika, Soedan, Swaziland, Tanzania, Togo, Uganda, Zaire, Zambia, Zimbabwe. Leefomgeving: Komt in uiteenlopende omgevingen voor zoals zoetwater meren, rivieren, moerassen en brakwater. Sub-volwassenen verspreiden zich over verschillende leefomgevingen op afstand van de broedplekken zodra zij ongeveer 1,2 meter lang zijn. Beschrijving: De Nijl krokodil kent veel variaties, over het algemeen is het een grote krokodil met een gemiddelde lengte van vijf tot zes meter. Jongeren zijn donker olijfbruin van kleur met zwarte banden over hun staart en lichaam, deze banden verdwijnen naarmate de dieren ouder worden. Gezien de wijdse distributie zijn er verschillende subspecies voorgesteld maar deze worden niet algemeen erkend. Deze voorgestelde sunspecies zijn: C. n. africanus (Oost Afrikaanse Nijl krokodil), C. n. chamses (West Afrikaanse Nijl krokodil), C. n. corviei (Zuid Afrikaanse Nijl krokodil), C. n. madagascariensis (Malagasy Nijl krokodil, Malagasy alligator, Croco Mada), C. n. niloticus (Ethiopian Nijl krokodil), C. n. pauciscutatus (Keniaanse Nijl krokodil, Keniaanse alligator, Kenya kaaiman), C. n. suchus (Centraal Afrikaanse Nijl krokodil) Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 14-15 kiezen. Totaal aantal tanden = 64-68 |
|
| Crocodylidae | Crocodylus moreletii (Bibron & Dumeril, 1851) |
| Ook bekend als: Morelet's krokodil, Centraal Amerikaanse krokodil, Mexicaanse krokodil, Soft belly, Belize crocodile/alligator, Cocodrilo de Pantano, Lagarto de El Petén, Lagarto negro, Lagarto Pantanero, Lagarto Panza Distributie: Belize, Guatamala, Mexico Leefomgeving: Komt voornamelijk voor in zoetwater moerassen en bosgebieden met zoetwater, maar komt ook voor in brakwater omgevingen nabij de kusten. Deze species leeft in het zelfde gebied als C. acutus. Gedurende de droge periode overzomeren de volwassen dieren in holen. Beschrijving: Relatief kleine soort, maximaal drie meter lang. De snuit is breed en de kleuren zijn gelijk aan, maar zijn donkerder dan die van C. acutus. De ogen zijn zilverkleurig en de nek wordt beschermd door zware panters. Jongeren zijn geel gekleurd met zwarte banden. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 66-68 |
|
| Crocodylidae | Crocodylus mindorensis (Schmidt, 1935) |
| Ook bekend als: Filippijnse krokodil, Mindoro krokodil, Filippijnse zoetwater krokodil Distributie: Filippijnse eilanden Busuanga, Jolo, Luzon, Masbate, Mindanao, Mindoro en Negros Leefomgeving: Komt voornamelijk voor in zoetwater milieus. Beschrijving: Deze soort is relatief klein, mannetjes worden niet groter dan drie meter en de vrouwtjes zijn kleiner. Kenmerken zijn een breedgebouwde snuit en zware bepantsering op de rug. Deze species werd aanvankelijk beschouwd als een subspecies van zowel C. porosus of meer recentelijk C. novaeguineae (i.e. C. novaeguineae mindorensis). Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 66-68 |
|
| Crocodylidae | Crocodylus johnstoni (Krefft, 1873) |
| Ook bekend als: Johnston's/Johnson's (rivier) krokodil, Australische zoetwater krokodil, "Zoetje", Vis krokodil Distributie: Noord Australië (Northern Territory, Queensland en Westelijk Australië) Leefomgeving: Verscheidende permanente zoetwater gebieden zoals meren en moerassen en de minder salinische riviergedeelten en kreken. Deze soort komt in het algemeen niet voor in kustgebieden waar de invloed van brakwater en de competitie met de daar dominante C. porosus het leefgebied minder aantrekkelijk maakt. Beschrijving: De Australische zoetwater krokodil is relatief klein en wordt zelden groter dan drie meter. De vorm van de snuit is ongewoon smal en taps en de kaken zijn uitgerust met veel scherpe tanden. De kleur is lichtbruin met donkerder strepen op het lichaam en de staart. De bepansering bestaat uit grote huidplaten op de rug, ronde kleinere platen bedekken de flanken en de buitsenzijde van de benen. Deze species is ook vermeld als C. johnsoni. Er zijn geen subspecies van deze soort alhoewel er een dwergpopulatie waarvan de manntjes niet langer worden dan drie meter bekend is. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 14-16 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 68-72 |
|
| Crocodylidae | Crocodylus intermedius (Graves, 1819) |
| Ook bekend als: Orinoco krokodil, Colombiaanse krokodil, Venezuelaanse delta krokodil, Caimán del Orinoco, Caimán del Llanos Distributie: Colombia, Venezuela Leefomgeving: Komt voor in zoetwater rivieren (midden en lage delen van de Orinoco rivier) van de Llanos savanne welke gedurende het regenseizoen onder water loopt waardoor tijdelijke seizoens rivieren ontstaan. C. intermedius verblijft tijdens het droge seizoen in holen die zijn uitgegraven in de buurt van rivieren die droogvallen na het regenseizoen. Beschrijving: De Orinico krokodil bereikt een lengte van vijf meter (mannetjes) er zijn echter historische verslagen die een lengte van zeven meter vermelden. De snuit is relatief lang en smal overeenkomstig met C. cataphractus, en heeft een lichte curve naar boven. Dit dier heeft een symetrische bepantsering die veel lijkt op die van C. acutus. Jongen voeden zich met kleine vissen en ongewervelde dieren, terwijl volwassen exemplaren jagen op vissen en landdieren en zelfs op vogels die zich bij het water wagen. Er zijn meldingen gemaakt dat deze krokodillen ook mensen zouden hebben verslonden, maar dat zijn gezien de levenswijze van deze soort uitzonderlijke gevallen. Tijdens het droge seizoen (januari/februari) worden de eieren gelegd en uitgebroed. Het aantal eieren dat wordt gelegd ligt tussen de vijftien en zeventig met een gemiddelde van meer dan veertig. Het vrouwtje bewaakt het nest waaruit de jonge dieren na zeventig dagen te voorschijn komen, daarna bewaakt het vrouwtje de jongen gedurende een periode van een tot drie jaar. Gebitsverhouding|: 5 voortanden; 14 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 68 |
|
| Crocodylidae | Crocodylus cataphractus (Cuvier, 1825) |
| Ook bekend als: Afrikaanse slank-snuitige krokodil, West Afrikaanse langsnuit krokodil, Afrikaanse gharial, Pantser krokodil. Langsnuit krokodil, Scherpsnuitige Afrikaanse krokodil, Faux gavial africain, Loricate crocodile, Subwater crocodile, Khinh, Cabinda Distributie: Centraal and West Afrika: Angola, Benin, Burkina Faso, Cameroon, Central Afrikaanse Republiek, Chaad, Congo, Equatorial Guinea, Gabon, Gambia, Ghana, Guinea, Guinea Bissau, Ivoorkust, Liberië, Mali, Mauritanië, Nigeria, Senegal, Sierra Leone, Tanzania, Togo, Zaire, Zambia Leefomgeving: Een zeer aquatische krokodil die voornamelijk voorkomt in riviermilieus welke zijn omringd met begroeiïng maar de soort komt ook voor in grote meren en er zijner ook die in brakke kustwateren vookomen, ze komen zelfs voor op een eiland in de oceaan (Bioko eiland). Beschrijving: Deze qua lengte kleine tot middelgrote krokodillen die een gemiddelde lengte bereiken van 2,5 meter (uitzonderingen tot 4,2 meter zijn geraporteerd) dankt zijn populaire namen aan zijn smalle gespeciliseerde snuit die overeenkomsten vertoont met C. intermedius. D ebepantsering ligt in drie of vier rijen over de nek en rug. Gebitsverhouding: 5 (rsoms 4) voortanden; 13-14 tanden; 15-16 kiezen Totaal aantal tanden = 64-70 |
|
| Crocodylidae | Crocodylus acutus (Cuvier, 1807) |
| Ook bekend als: Amerikaanse krokodil, Caimán de Aguja, Centraal Amerikaasne alligator, Cocodrilo de Rio, Crocodile à museau pointu, Lagarto Amarillo, Lagarto Real, Llaman Caimán, Zuid Amerikaasne alligator, Amerikaanse zoutwater krokodil Distributie: Zuidelijk deel van de Verenigde Staten, Centraal- en Zuid-Amerika Belize, Kaaiman eilanden, Colombia, Costa Rica, Cuba, Dominikaanse Republiek, Ecuador, El Salvador, Florida (extreem zuidelijk), Guatemala, Haiti, Honduras, Jamaica, Nicaragua, Margarita, Martinique, Mexico, Panama, Peru, Trinidad, Venezuela Leefomgeving: Komt voor in zowel zoetwater (rivieren, meren en reservoirs) als in brakke kustgebieden. Beschrijving: Een van de grotere krokodillen soorten waarvan de mannetjes vaak groeien tot een lengte van vijf tot zes meter. De bepantsering op de rug is onregelmatig en gereduceerd ten opzichte van andere species. Er bevindt zich een duidelijke verdikking boven de ogen die bij jongeren overigens minder prominent aanwezig is. Oudere dieren zijn donkerder (olijfbruin) van kleur en jongeren bezitten schutkleuren. De ogen zijn zilverkleurig. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-15 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 66-68 |
|
| Alligatoridae |
Paleosuchus trigonatus (Schneider, 1801) |
| Ook bekend als: Slanksnuit kaaiman, Schneider's dwerg kaaiman, Jacaré Coroa, Cochirre, Jacaré curua, Yacaré coroa Distributie: Bolivia, Brazilië, Colombia, Ecuador, French Guyana, Guyana, Peru, Suriname, Venezuela. Het leefgebied van deze species komt grotendeels overeen met die van de species Paleosuchus palpebrosus, maar is niet zover naar het zuiden toe uitgebreid. Leefomgeving: Zoetwater rivieren en smalle bosstromen, volwassen dieren verblijven vaak in het holen weg van het water en voeden zich al pendelend tussen het water en hun hol. Komt in Bolivia en Venezuela in de zelfde leefomgevingen voor als P. palpebrosus. De vorm van de snuit is uitermate geschikt voor snelstromende wateren, de activiteit van deze familie is 's avonds groter dan overdags en de dieren verblijven veel op land. Beschrijving: Beide species van deze Paleosuchus genus zijn in vergelijk met andere krokodillen klein van stuk. Mannetjes worden doorgaans 1,7 tot 2,3 meter lang. De huid is bepantserd en de staart kort en minder flexibel. Tijdens het lopen word de kop hoog gedragen. Gebitsverhouding: 4 voortanden; 14-15 tanden; 21-22 kiezen. Totaal aantal tanden = 78-82n; 13-15 tanden; 15 kiezen. Totaal aantal tanden = 66-68 |
|
| Alligatoridae | Paleosuchus palpebrosus (Cuvier, 1807) |
| Ook bekend als: Cuvier's dwerg kaaiman, Cuvier's kaaiman met de gladde voorkant (wijzend op het gebrek aan een verdikking op de snuit zoals in Caiman crocodilus - dit ondersteunt de hypothese dat Paleosuchus ('oude krokodil') afstamt van een oudere lijn die dertig miljoen jaar verder terugggaat dan die van andere kaaimannen.) Cachirré, Jacaré pagua; Coroa, Musky caiman Distributie: Bolivia, Brazilië, Colombia, Ecuador, Frans Guyana, Guyana, Paraguay, Peru, Suriname, Venezuela. Een iets grotere verspreiding dan die van Paleosuchus trigonatus. Leefomgeving: Komt voor in beboste zoetwater riviergebieden en ondergelopen bossen rond meren. Komt in Bolivia ook voor in rivieren en kleine stromen. Deze familie prefereert schone snelstromende rivieren maar komt ook voor in minder schone omgevingen in het zuidoosten van Brazilië en Venezuela. Verblijft gedurende lange perioden overdag in een hol maar legt 's nachts grote afstanden af. Sub-volwassenen verblijven gedurende een korte periode in geisoleerde wateren. Beschrijving: De kleinste bestaande krokodillen soort, mannetjes worden niet veel goter dan aqnderhalve meter, vrouwtjes kunnen 1.2 meter lang worden. de huid is zwaar bepantserd. De hoogopstaande schedel heeft een afwijkende vorm ten opzichte van andere krokodilachtigen, hij is kort, glad, en een omhoog gerichte snuit. Jongen zijn bruin van kleur met lichte banden, volwassen dieren zijn donkerder van kleur. De kop is evenals de kleur van de ogen chocolade bruin. Gebitsverhouding: 4 voortanden; 14-15 tanden; 21-22 kiezen. Totaal aantal tanden = 78-82 |
|
| Alligatoridae | Melanosuchus niger (Spix, 1825) |
| Ook bekend als: Zwarte Kaaiman, Caimán, Caiman negro, Jacare Açu, Jacaré Assú, Jacare Açu, Jacare Uassu, Jaracé Una, Yacare Assu Distributie: Bolivië, Brazilië, Colombia, Ecuador, Frans Guiana, Guiana, Peru Leefomgeving: Houdt zich op in verschillende zoetwater omgevingen zoals langzaam stromende rivieren, beken, meren en broeklanden. Beschrijving: Dit is de grootste soort van de familie Alligatotidae, de mannetjes kunnen een lengte bereiken van vier tot zes meter. De soort verschilt in uiterlijk niet veel van Alligator mississippiensis. De huis is erg donker van kleur en de onderkaak toont een grijze band die naarmate de dieren ouder worden bruin kleuren.Vaal gele en witte banden zijn aanwezig op de flanken, deze flank versiering is duidelijker bij volwassen exemplaren en bij oudere vervagen de flankbanden. Vooral de schedel wijkt af ten opzichte van andere kaaimannen, deze familie heeft beduidend grotere ogen en een relatief smallere snuit. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 18-19 kiezen. Totaal aantal tanden = 72-76 |
|
| Alligatoridae | Caiman yacare (Daudin, 1802) |
|
Ook bekend als: Yacare Kaaiman, Paraguaanse Kaaiman, Rode Kaaiman, Piranha Kaaiman, Coscarudo, Yacare de Hocico, Angosto, Yacare negro, Zuidelijke gespikkelde kaaiman, Angosto, Caimán del Paraguay, caimán yacaré, Jacaré, Jacarétinga, Jacará de lunetos, lagarto, tinga, yacare, yacaré Distributie: Argentinië (noordelijk), Brazilië (zuidelijk), Boliviië (zuidelijk), Paraguay |
|
| Alligatoridae | Caiman latirostris (Daudin, 1801) |
| Ook bekend als: Breedsnuit Kaaiman, Overo, Yacaré Overo, Ururan, Yacaré de Hocico Ancho, Jacaré de Papo Amarelo, Jacaré Verde, Jacaré de Hocico, Ancho, Braziliaanse Kaiman, Tinga Distributie: Argentinië (north), Bolivië, Brazilië (southeast), Paraguay, Uruguay Leefomgeving: Een uiterst aquatische species die voornamelijk voorkomt in mangrove bossen, delta's, broeklanden en moerassen en zich zowel in zoet als in brakwater thuis voelt. Zijn leefgebied is groter dan dat van Caiman yacare, maar de voorkeuren voor bepaalde leefomgevingen verschilt tussen beide soorten, als in aanmerking wordt genomen dat C. latirostris voornamelijk voorkomt in zacht stromende wateren van bosgebieden dan is zijn leefgebied niet groter. Zowel C. latirostris als C. yacare bezitten een grote tolerantie ten opzichte van koudere leefcondities, hun donkerdere kleur stelt hen in staat meer warmte op te nemen. Beschrijving: Een middelgrote krokodillensoort met een maximum lengte van drie en een halve meter, de in het wild levende mannelijke exemplaren worden echter vaak niet veel groter dan twee meter. Vrouwtjes worden nooit groter dan twee meter en zijn in het wild vaak smaller dan de mannetjes. Dit dier heeft een uitzonderlijk brede snuit dewelke proportioneel zelfs nog breder is dan die van Alligator mississippiensis. Over de snuit loopt een kakrakteristieke verdikking en de huid is gepantserd. De kleur is vaal olijf-groen. Deze kaaimannen zijn dol op waterslangen maar voeden zich ook met kleine gewervelden zoals vissen en amphibiën. De kaken zijn ook zeer geschikt voor het kraken schilpadden. Grotere dieren zijn in staat grote prooien met succes aan te vallen. De nsettijd van deze soort loopt gelijk aan de regentijd, in de nesten worden 20 tot zestig eieren gelegd die vaak op eilandjes te vinden zijn. De eieren worden in twee lagen gelegd waardoor er een licht temperatuursverschil ontstaat tussen beiden en daardoor de kans op jongen van beide sexen wordt vergroot. De incubatietijd bedraagt zeventig dagen. De vrouwtjes helpen de jongen vanuit het nest in het water waar beide ouders een bepaalde periode over hun waken. Een mogelijke subspecies is de Argentijnse Caiman latirostris chacoensis, deze zijn over het algemeen kleiner van stuk dan populaties in andere gebieden, maar deze veronderstelling wordt niet algemeen ondersteund. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 12-14 tanden; 17-20 kiezen. Totaal aantal tanden = 68-78 (gemiddelde = 72) |
|
| Alligatoridae | Caiman crocodilus fuscus (Cope, 1868) |
| Ook bekend als: Bruine kaaiman, Amerikaanse kaaiman, Cuajipal, Dusky kaiman, Jacaretinga, Lagarto Chato, Lagarto de Concha, Lagarto negro, Magdalena Kaiman, Pululo, Talulín, Wizizil Distributie: Colombia, Costa Rica, Cuba, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua, Panama, Puerto Rico, Mexico (zuid), Venezuela. Leefomgeving: Leeft in gevarieerde omgevingen en saliniteiten. Beschrijving: Deze soort wordt beschouwd als een sunspecies van Caiman crocodilus. Sommige geleerden beschouwen de Mexicaande en Centraal Amerikaanse ppooulatie als zijnde een subspecies van C. c. chiapasius. De gemiddelde lengte van deze krokodillensoort bedraagt een tot twee meter, verder toont het veel overeenkomsten met Caiman crocodilus. De kleur is echter donkerder, olijf-bruin, alhoewel meer zuidelijke populaties lichter van kleur zijn. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 14-15 tanden; 18-20 kiezen. Totaal aantal tanden = 74-80 |
|
| Alligatoridae | Caiman crocodilus apaporiensis (Medem, 1955) |
| Ook bekend als: Rio Apaporis Kaiman, Babilla, Cachirré, Ocoroché Distributie: Zuidoostelijk Colombia, in een 200 km groot gebied van de bovenloop van de Rio Apaporis rivier. Leefomgeving: Rivieren en hun aangesloten wateren rond de bovenloop van de Rio Apaporis rivier in Colombia. Beschrijving: Deze Kaaiman wordt beschouwd als een subspecies van Caiman crocodilus. De snuit is aanzienlijk smaller dan andere C. crocodilus subspecies en de huidskleur is lichter. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 17-18 tanden; 20 kiezen Totaal aantal tanden = 84-86 |
|
| Alligatoridae | Caiman crocodilus (Linnaeus, 1758) |
| Ook bekend als: Gewone kaaiman, Gebrilde kaaiman, Tinga, Baba, Babilla, Babiche, Cachirré, Witte kaaiman, Braziliaanse kaaiman, Cascarudo, Jacaretinga, Lagarto, Lagarto Blanco, Yacaré Blanco Distributie: Brazilië, Colombia, Costa Rica, Cuba, Ecuador, El Salvador, Guyana, Frans Guiana, Guatemala, Honduras, Mexico, Nicaragua, Panama, Peru, Puerto Rico, Suriname, Tobago, Trinidad, Verenigde Staten, Venezuela Leefomgeving: Deze soort heeft grote adaptische vermogens en komt voor in vrijwel alle natte lage gebieden en rivieromgevingen binnen zijn totale leefgebied. Caiman crocodilus heeft echter een voorkoeur voor stilstaande wateren. De Zuid-Amerikaanse delta's vormen gedurende het regenseizoen een perfecte leefomgeving voor de kaaiman. Caiman crocodilus kent in vergelijking met andere Algiaroridae het grootste leefgebied, en kan tegen een redelijke mate van saliniteit. Wanneer de klimatologische leefomstandigheden daartoe aanleiding geven graven zij zich in de modder in en houden zij een zomerslaap. Beschrijving: Een relatief kleine tot middelgrote krokodil waarvan de mannetjes tot twee en een halve meter lang kan worden vrouwtjes worden niet groter dan anderhalve meter. Zijn populaire naam Gebrilde Kaaiman dankt hij aan een benige uitgroei tussen de voorkant van de ogen (infra-orbitale brug) waardoor het lijkt of de ogen door een bril met elkaar zijn verbonden. Een drihoekige verdikking is aanwezig op de bepansterde bevenste oogleden. Jionge dieren dragen een camouflage kleuren die naarmate zij ouder worden minder duidelijk zijn. De volwassen dieren zijn olijf-groen van kleur. De verschillende subspecies verschillen van elkaar in kleur, formaat en schedelvorm. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 18-20 kiezen. Totaal aantal tanden = 72-78 |
|
| Alligatoridae | Alligator sinensis (Fauval, 1879) |
| Ook bekend als: Chinese alligator, Yangzi alligator, T'o, Tou Lung, Yow Lung, China alligator Distributie: Komt alleen voor in gebieden rond de uitloop van de Yangzi Rivier in China. Leefomgeving: A. sinensis is vooral te vinden in langzaam stromende zoetwater rivieren en beken, meren en moerassen, maar komt ook voor in gebieden welke honderd meter boven zeeniveau liggen. Een aanzienlijk deel van het jaar (zes á zeven maanden) brengen zij in hun complexe holen door in een winterslaap om zodoende de klimatologische extremen van hun noordelijke leefgebied te weerstaan. De temperaturen in de holen dalen in de winter zelden beneden de tien graden Celcius. Beschrijving: Een van de kleinere krokodillen soorten die ongeveer twee meter lang kunnen worden. In de historische literatuur van China wordt melding gemaakt van drie meter maar dat is vandaag de dag een onwaarschijnlijke lengte. Een volwassen dier weegt iets meer dan veertig kilo. Evenals de jongen van A. mississippiensis bezitten de jongen van deze alligator camouflagekleuren. Anders dan bij A. mississippiensis, bezit A. sinensis benige platen op de bovenste oogleden. Het eind van de snuit is licht omhoog gericht en loopt tapser toe dan die van A. mississippiensis. De tanden zijn uitgerust voor kraken van de schelpdieren die op hun dieet staan. Doordat er zich op de huid benige huidplaten bevinden zijn deze niets waard voor de handel in krokodillenleer. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-14 tanden; 18-19 kiezen. Totale hoeveelheid tanden = 72-76 |
|
| Alligatoridae | Alligator mississippiensis (Daudin, 1801) |
| Ook bekend als: Amerikaanse alligator, Mississippi alligator, "gator" Distributie: Zuidoostelijk deel van de Verenigde Staten: Alabama, Arkansas, Noord & Zuid Carolina, Florida, Georgia, Louisiana, Mississippi, Oklahoma en Texas Leefomgeving: Komt voornamelijk voor in zoetwatermoerassen en broeklanden maar ook in rivieren, meren en kleine wateren. Ze zijn bestand tegen een redelijke mate van saliniteit en worden soms aangetroffen in brakwater rond wortelboom moerassen. Wanneer de seizoensinvloeden zich doen gelden en de temperaturen zakken maakt de alligator een hol, net buiten hun holen kunnen zij zich een krote periode ophouden in vrieskou. Hun holen die door middel van hun snuit en staart worden uitgegraven bieden gedurende de droge seizoenen plaats aan andere dieren. Wanneer hun leefgebied droog valt gaan zij op zoek naar een andere waterrijke leefomgeving. Beschrijving: Volwassen mannelijke exemplaren bereiken tegenwoordig een lengte van vier en een halve meter, een eeuw geleden waren er nog exemplaren bekend met een lengte van vijf tot zes meter. Vrouwtjes worden niet groter dan drie meter. De snuit is karakteristiek breed alhoewel er kleine variaties tussen groepen aanwezig zijn en het einde van de bovenkaak overlapt de tanden van de onderkaak. Jonge dieren zijn afspiegelingen van de volwassenen zij beschikken echter over schutkleuren die pas op latere leeftijd verdwijnen. De ogen van alligators zijn zilverkleurig. Volwassen dieren komen voor in twee vormen; lang en dun of kort en breed. Gebitsverhouding: 5 voortanden; 13-15 tanden; 19-20 kiezen Totaal aantal tanden = 74-80 |
|


